Pascal Bouchard

Pascal Bouchard

Het wijnhuis: Pascal Bouchard

‘De man met de gouden handjes’, zo wordt Pascal Bouchard ook wel genoemd. Als geen ander weet hij druiven, bodem en verschillende wijngaarden tot een perfecte harmonie te smeden. De wijngaarden van het Chablis-huis Pascal Bouchard, zo’n 32 hectare, liggen op de mooiste plekken van Chablis. De kracht van dit huis, wat ooit begon met 7 hectare wijngaard in 1936, is hard werken, en dat vinden we terug in de wijnen. De familie Bouchard maakt wijnen die garant staan voor een zeer hoge kwaliteit, met de typische karakters van Chablis, en de authenticiteit waar dit topgebied om geroemd wordt. Het streven naar de beste kwaliteit vinden we ook terug in de nevenactiviteiten van Pascal Bouchard. Als oprichter en lid van de “Union des Grands Crus de Chablis” bewaakt hij de kwaliteit en werkwijze van de aangesloten wijnboeren, aan de hand van het zogenaamde “Chartre de Qualité”.

Het gebied: Bourgogne

De Bourgogne is een van de bekendste, en tegelijk ook een van de meest complexe wijnstreken van Frankrijk. Niet onbegrijpelijk, want de Bourgogne is een enorm uitgestrekte streek, met wijngaarden in het noorden, in Chablis, bij Auxerre, dan een groot stuk rondom het stadje Beaune, ten zuiden van Dijon, tot nog verder naar het zuiden, in de Côte Chalonnaise, bij Châlon, en vervolgens in de Mâconnais. Tenslotte hoort ook nog de Beaujolais, waarvan de wijngaarden zich bijna uitstrekken tot de stad Lyon formeel nog bij de Bourgogne. Elk deel heeft zijn eigen naam en wijnen met een eigen karakter. Wat de streken bindt is het gebruik van dezelfde druivenrassen: Pinot-Noir en Gamay (Beaujolais) voor rood, en Chardonnay,–naast nog een klein beetje Aligoté- voor wit. Chablis, het meest noordelijke gedeelte, maakt witte wijnen met een uitgesproken frisheid en mineraligheid, uitsluitend op basis van de Chardonnay.

Chablis, het meest noordelijke deel van de Bourgogne, staat bekend om zijn karaktervolle, zuivere wijnen. Ze ontlenen hun karakter aan een kalkhoudende ondergrond –kalksteen van oesterfossielen uit de Jura-tijd– en het gebruik van de tegenwoordig wereldwijd immens populaire Chardonnay-druiven. De Chardonnay moet in deze noordelijke contreien opboksen tegen de elementen. De kou eist vaak in het voorjaar al zijn tol. Vele oogsten zijn flink gedecimeerd door ernstige nachtvorst. De boeren hebben allerlei maatregelen genomen, van kacheltjes in de wijngaarden tot windmolens, om de koude lucht te verplaatsen, maar als het echt gaat vriezen op het moment dat de knoppen al zijn uitgelopen, helpt het allemaal niets.

De lange zomerse rijping van de druiven door het relatief koele klimaat geeft de wijnen een intens en krachtig aroma, met in de geur tonen van witte bloesems en van citrusfruit. De smaak is levendig en fris –de Fransen zelf spreken van ‘nerveus’, met aan het einde een opwekkend bitter. Het is een bekende stelling dat druiven de mooiste wijnen opleveren als ze worden verbouwd op een plaats waar dat nog maar nét mogelijk is. Chablis, met zijn marginale klimaat, levert met zijn wijnen het overtuigende bewijs voor de waarheid van deze stelling.